TITANIUM…

Toen we René op zaterdagavond 21 maart ophaalden hadden we nog geen enkel bericht gehad over hoe het was gegaan in de afgelopen weken. In het op-en-neerschriftje stond al vanaf 2 maart niets genoteerd.

Op donderdag 26 maart stond een vervolggesprek gepland. In dit gesprek werd zoals verwacht geconcludeerd dat René stiller is, als er niets met hem gedaan wordt en hij stil op zijn kamer zit te werken. Dat hadden wij van te voren al kunnen voorspellen. Die ervaring hebben wij ook, maar het is niet de bedoeling dat hij alsmaar op zijn kamer zit en er niets met hem wordt ondernomen.

Zoals keer op keer in voorgaande gesprekken werd ook nu weer gezegd: als het dan niet gaat (lees: zoals wij dat willen) dan …moeten we onze conclusies trekken… Weer werd er heen en weer gepraat zonder ergens te komen, steeds die stille dreiging van dan moet het maar afgelopen zijn…

Ik was het zo zat dat ik vond dat we er dan maar een punt achter moesten zetten en ik zei: ‘Dan is het wel duidelijk, René blijft hier niet’.

Zo, afgelopen uit! Er werden enkele (krokodillen-)tranen vergoten door het echtpaar, maar de opluchting was voelbaar. Mevrouw S. was wederom aanwezig tijdens dit gesprek maar zij had verder ook niets meer in te brengen.

We bespraken dat we  contact zouden opnemen met Pergamijn, maar niet de verwachting hadden dat er snel een plaats voor René gevonden zou worden. Dit soort zaken hadden, was onze ervaring, wel enige tijd nodig.

Is het verwonderlijk dat ook wij met een bevrijd gevoel naar huis gingen nu de knoop was doorgehakt? Heel anders dan na vorige gesprekken, toen we steeds met de staart tussen de benen afdropen. René stond nu officieel op de wachtlijst van Pergamijn en het wachten op een (her)plaatsing kon beginnen.

Van nu af aan werd er geen op-en-neerschriftje meer bijgehouden, hoewel er natuurlijk wel (soms vervelende) dingen gebeurden. Bijvoorbeeld dat René ‘onophoudelijk geluid maakt en niet stil wordt, ze weten ook niet waarom’. Wij zien en horen niet hoe met René wordt omgegaan als wij er niet bij zijn. We vinden hem vaker op zijn kamer met de deur dicht…

Waarschijnlijk ving René toch wel de stemming op die heerste in zijn aanwezigheid en deze niet begrijpend verstoorde hem en frustreerde hem met als gevolg dat hij van zich liet horen.

De situatie begon te escaleren.

In een e-mail werd ons medegedeeld dat door René’s verbale uitingen (luide geluiden/kreten) dusdanig inbreuk werd gedaan op de leefsfeer in het Thomashuis, dat ze het ten behoeve van de ontstane situatie raadzaam vonden dat de periode tot herplaatsing op Pergamijn zo kort mogelijk werd gehouden.

Vervolgens ontvingen we kort daarna een e-mail met het bericht dat er steeds meer onrust aan het ontstaan was in het Thomashuis en dat zij (door de ongewenste aanwezigheid van René) afgeremd werden in de verdere ontwikkeling en opstart van hun Thomashuis. Ze vroegen ons dan ook ‘enige spoed te betrachten’.

Echt, deze mensen hadden niet geluisterd. Wij konden er op geen enkele manier invloed op uitoefenen dat René snel naar Pergamijn terug kon verhuizen en dat hadden we ook verteld; het lag niet in onze handen.

Het begon voor ons steeds onplezieriger te worden, maar gelukkig voor René ging dit allemaal langs hem heen. Hij was het onderwerp én lijdend voorwerp maar zoals gewoonlijk ging hij op zijn eigen manier, onbewust van de orkaan waar hij middenin zat, door het leven. ‘You shoot me down, but I won’t fall… I am titanium’.

Hij was gewoon van titanium. Dat was voor ons op zijn minst een geruststelling.

Ik zou je het liefst in een doosje (potje) willen doen...

Ik zou je het liefst in een doosje (potje) willen doen…

Wordt vervolgd.