Kleine verdrietjes

Dit is alweer het dertiende blog. Ik ben niet bijgelovig, of toch?

Er is niemand dood, ik heb niemand verloren, maar toch ben ik in de rouw.

Zo voelt het, nu het een voldongen feit is.

De mededeling dat onze oudste zoon en grote broer van René zijn kans gaat wagen in een ver weg land, Zwitserland, werd in een eerder stadium aangehoord maar de volledige consequenties zijn pas voelbaar nu het afscheid achter de rug is.

In de dagen voor het vertrek van Casper kwam er weinig uit onze handen. We verkeerden in een apathische toestand, deels door de griep die bij Wim en mij had toegeslagen en deels door de ongelooflijk wijziging in ons aller leven. Casper zou naar Zwitserland verhuizen. Hij ging er werken en wonen voor wie weet hoe lang, misschien wel voor altijd.

Het leek alsof we even stilstonden in de tijd, een beetje lamgeslagen alsof het nog moest doordringen, dat er nu toch echt wel iets belangrijks ging veranderen.

Casper is geëmigreerd naar Zwitserland. Per 1 juni heeft hij een baan gevonden in Luzern. Wrang genoeg in een zorginstelling te vergelijken met Pergamijn.

Hij schat zijn kansen om daar nu eindelijk eens vaste grond onder de voeten te krijgen heel hoog in. Kansen die in Nederland niet te vinden zijn, vooral in de zorg, waar alles op flexwerk, uitzendbureaus, 50/60/65% baantjes en halfjaar contracten, die wel/niet verlengd worden, gestoeld is. Gezonde, jonge, werkwillende mensen, goed opgeleid, die gemotiveerd zijn en wat te bieden hebben, worden uit Nederland weg gejaagd.

Op deze plek wil ik het er nog niet eens over hebben wat dit betekent voor de inzet en betrokkenheid van mensen die op deze manier moeten werken en vooral wat dit betekent voor de mensen die van de zorg afhankelijk zijn. Dat is een ander, bitter, hoofdstuk.

Mijn focus ligt op de zorg, maar als ik om me heen kijk en luister, geldt het zo langzamerhand voor meerdere, zo niet alle, sectoren. Een goede opleiding, en Casper heeft er twee, zijn geen garantie dat je na je studie aan de opbouw van een goed bestaan kunt gaan werken. Jarenlang werken in allerlei zorginstellingen en in de jeugdzorg geven evenmin garantie dat ervaring op waarde wordt geschat en leidt tot een vaste baan.

Wij, als babyboomers, hebben in een gouden tijdperk geleefd, altijd kunnen studeren wat we wilden, altijd de banen gekregen die we wilden en de bijbehorende salarissen verdiend, huizen kunnen kopen en verkopen, normale dingen, vonden wij.

Het is voor ons als ouders, maar ook voor René, heel pijnlijk, dat Casper, min of meer gedwongen, deze stap heeft genomen. Hij gaat nu werken in een instelling waar zijn opleiding en ervaring gewaardeerd worden en ook materieel behoorlijk worden beloond. Hij wordt een “Gastarbeiter”. Er werken veel buitenlanders (vooral Duitsers) en de indruk bestaat dat dit soort werk niet erg in trek is bij de autochtone bevolking, waar komt me dit bekend van voor(?), een geluk voor Casper.

René gaat de steptochten op woensdagmiddag missen. Dit hebben we hem nog niet kunnen vertellen, hij gaat het vanzelf merken.

Iedere woensdag steppen, zomer en winter. De broertjes zullen elkaar missen.

Iedere woensdag steppen, zomer en winter.

Even uitrusten tijdens een boswandeling

Even uitrusten tijdens een boswandeling

 

Als het tot René door zou dringen zou hij beslist een traantje wegpikken. Nu hebben wij, ook namens hem, wat tranen laten vloeien.

Toch zijn we voor Casper heel blij dat in dit bergachtige land meer kansen voor hem liggen. Waarschijnlijk gaat een door hem al langer gekoesterde wens werkelijkheid worden, want in dit land worden opleidingen gegeven waarmee je als geschoold Bergwanderleiter groepen kunt begeleiden op tochten door de bergen. Die opleiding wil hij ook nog gaan volgen.Hij komt nu dichter bij de vervulling van zijn droom.

Samen Facetimen...het is maar surrogaat.

Samen Facetimen…het is maar surrogaat, nog even van te voren uitvissen hoe de nieuwe iPad werkt.

En och, het zijn maar 8 uurtjes rijden (met een snelle auto), je bent zó op en neer, en nu heb je binnenkort een leuk vakantieadresje erbij…en niet meer die grijpgrage hand in de koekjestrommel, zodat de kletskoppen voor je het weet op zijn…

Casper probeerde ons op te monteren vlak voor vertrek, maar voor hem is de verandering ook groot , ook hij zal René gaan missen.

Voorlopig niet mee ’s avonds de vraag: “Mam, wil je ook een kopje thee?”

Even gezellig doen: “Mam, zullen we samen naar de film gaan?” of

“Mam, zullen we gaan lunchen bij ’t Elfde Gebod?”

 

De eerste vakantie staat al gepland binnenkort…