KEEP CALM AND SMILE…

René met tekst

Ik probeer onze ervaringen zo objectief mogelijk te beschrijven, maar het is een hele klus.

Hoe kun je kalm blijven in zo’n situatie? Het lachen was ons ook vergaan… Niets is zo erg als wanneer je kwetsbare kind, dat zo vol vertrouwen zich probeert te aarden op zijn nieuwe plek, dat wij zo vol vertrouwen hebben overgegeven in de handen van verzorgers, op een dergelijke manier wordt afgewezen. Juist gezien de weg die we hadden afgelegd in de voorafgaande maanden. Het was toch ook geen kattenpis wat René voor zijn kiezen had gekregen en dan moest hij maar alles snappen, volgzaam zijn en vooral ‘stil’ zijn.

‘Mooi niet”, zal hij gedacht hebben! Is dit niet te begrijpen? Zouden vooral mensen die zeggen professioneel te zijn en veel ervaring te hebben, dit niet moeten begrijpen?

Wij hadden als ouders een mentale dreun gekregen en op de woensdag erna, 28 januari 2015, zaten we nog onze wonden te likken terwijl we onze vrienden het hele verhaal vertelden.

Ook de orthopedagoge mevrouw S., die was ingeschakeld, bezocht ons deze middag en zij was in de gelegenheid om René in de thuissituatie te observeren. René was stil en zat rustig bij ons aan tafel, alert op wat wij nodig hadden bij het koffiedrinken. Dit pakte hij dan heel behulpzaam. Dit was weer een René die zich van zijn beste kant liet zien.

Tegenover mevrouw S. herhaalden we woordelijk de uitspraken die door het ondernemersechtpaar van het Thomashuis waren gebezigd.  Haar opmerking dat zij zelf vond dat ze te laat in het selectieproces van de zorgondernemers in het algemeen werd ingeschakeld en dat naar haar mening menig echtpaar in haar ogen niet geschikt was voor dit werk, maar dat het dan al te laat was… verzachtte de pijn niet. We merkten dat we er alleen voor stonden. Ik had vooral veel last van het woord ‘tolereren’ dat gebruikt was. In dit ‘tolerante’ Nederland, waar mensen met een verstandelijke beperking waren omgetoverd tot mensen met mogelijkheden, die van overheidswege moesten integreren in de maatschappij- niet goedschiks, dan kwaadschiks – , werd mijn zoon niet ‘getolereerd’. Het was ons duidelijk geworden dat we ons enorm vergist hadden in het echtpaar en hun capaciteiten, echter, zij hadden als zorgondernemers het laatste woord.

De orthopedagoge zou afspraken maken om René tijdens de dagbesteding en ook in het Thomashuis te observeren.

We konden niet een twee drie deze situatie ontglippen. Hoewel we bij een afsluitend gesprek op Pergamijn de toezegging hadden gekregen dat voor René de deur altijd open zou staan, was zijn vroegere plek direct na zijn vertrek ingenomen door een persoon die dringend een verandering van woning nodig had, dus die terugweg was afgesloten. We hadden beslist niet alle schepen achter ons verbrand toen René de instelling verliet en de contactpersoon van Pergamijn was telefonisch van onze precaire situatie op de hoogte gebracht.  Er werd gereageerd met ongeloof toen ik uitsprak welke uitkomst ik verwachtte. Over het algemeen dachten de mensen, die we dit verhaal vertelden, dat het wel niet zo’n vaart zou lopen.

We stonden aan het begin van een traject, waarvan mijn voelsprieten duidelijk meldden dat het eindresultaat al van te voren vaststond, maar we hadden niet veel keus, anders dan voor het welzijn van René alles in de strijd te gooien.

Ik overtuig mezelf graag persoonlijk van het een en ander en ging in die week op vrijdag naar de dagbesteding om te horen hoe het René daar verging. Dit was de situatie die ik aantrof:

René zit glimlachend aan zijn tafeltje. Een hele tijd observeer ik hem door een ruit terwijl hij mij niet ziet. Hij maakt kleine, tevreden geluidjes naar medecliënten. Dit alles met een heel vriendelijke uitstraling. Diverse mensen lopen aan zijn tafeltje voorbij, ook begeleiding. Ze zien hem daar stil zitten wachten, het is 10 minuten over 4, einde ‘werktijd’.  Ik ga het lokaal in en blijf een eind bij hem vandaan op een stoel zitten. Ik kijk naar hem, maar dit is geen aanleiding tot verbaal commentaar van zijn kant!

Ik zie hem steeds met zijn ogen naar het A4-tje, waar zijn programma op staat, gaan en dan weer vragend naar mij kijken. Tot mijn schrik (en verbijstering) zie ik dat het programma niet klopt. De hele dag streept hij alle activiteiten die geweest zijn door maar nu blijft hij op de laatste activiteit, een picto met de plek waar hij naar toe zal gaan, steken. Wat blijkt, het is een picto van zijn oude woonplek op Pergamijn. Hij krijgt dus nu al sinds de verhuizing het tegenstrijdige bericht: je gaat met de bus naar woning 35 op Pergamijn, terwijl hij dan vervolgens naar het Thomashuis wordt gebracht…STEL JE DAT EENS EVEN VOOR! Hier is niet goed over nagedacht.

René is op een ontzettend rigoureuze manier van de ene plek naar de andere plek verhuisd en krijgt dan iedere dag het seintje dat hij naar de oude plek gaat, terwijl hij naar de nieuwe plek gebracht wordt. Waar is hier de duidelijkheid voor hem? (Om dit recht te zetten breng ik de maandag erna een pictogram met een fotootje van het Thomashuis naar de dagbesteding). Vervolgens observeer ik dat René opstaat van zijn stoel, waarna een begeleidster mij uitlegt dat hij reageert op de ‘grote’ bus, die hij door het raam ziet wegrijden. Dat is voor hem het teken dat zijn eigen busje er dadelijk aankomt. René gaat rustig bij de voordeur staan wachten met zijn rugzak om. Het is kwart over 4. Busjes rijden af en aan, cliënten vertrekken, begeleiders vertrekken, wensen prettig weekend en René blijft staan wachten, geduldig, zonder geluid en ik kijk naar hem en ben trots op hem.

Dan ziet René ‘zijn’ busje als laatste. Hij rent hier enthousiast naar toe. De buschauffeur kijkt op zijn lijstje en begint de namen op te lezen van zijn passagiers. De begeleidster kent de chauffeur niet en houdt René (lichamelijk) tegen om in het busje te stappen. René begint uit frustratie te schreeuwen, hij heeft zo lang gewacht, het is 5 over half 5, nu mag hij niet mee in de bus. Maar de chauffeur roept ook de naam van René, het is dus wel de goede bus en hij mag instappen. Ik rij het stukje van de dagbesteding naar het Thomashuis mee in de bus en observeer hoe René nog steeds geluid blijft maken en schreeuwend uit het busje stapt als hij aankomt  bij zijn einddoel. Soms is het wel heel duidelijk waardoor hij een keel opzet.

Wordt vervolgd.