Het is (niet altijd) rozengeur en maneschijn.

René zat weer even in de hoek waar de klappen vallen.

Op weg naar de tandarts in Limbricht worden we begeleid door een prachtige blauwe lucht  met daarin enkele verdwaalde witte plukken wolk. De zon schijnt al warm voor maart. Het is de 18e. Over het weer kan ik niet zeuren. Ik moet wat afleiding hebben en richt me op de rijstijl van Wim. Dat doe ik al 40 jaar, waarvan hij zich niets aantrekt.

Ik stop snel als ik besef waar ik mee bezig ben. Ik ben plaatsvervangend zenuwachtig en vanmorgen al drie keer naar de wc geweest. René zou die zenuwen moeten hebben, maar gelukkig zit hij stoïcijns voor in de auto, de picto “tandarts” in zijn hand. Hij is, op en slokje water bij zijn medicatie na, volledig nuchter, want hij gaat onder narcose voor een tandartsbehandeling.

Na het lekker uitslapen van vanmorgen en rustig in bad gepoedeld te hebben, verbaasde het ons dat hij niet naar zijn ontbijt  “vroeg”. Zonder misbaar begon hij direct na het aankleden aan zijn mooie kleurplaat. Ik had hem alle medicatie tegelijk gegeven, terwijl hij in bad zat. Normaal krijgt hij zijn pillen bij het ontbijt. Zou hij door deze kleine afwijking van zijn programma de goede conclusie hebben getrokken dat er niets te eten was? Hij ging zelfs niet naar de keuken om te kijken of er een boterham klaar stond. Slimme jongen!

 Maar hoe zijn we hier nu weer in verzeild geraakt?

Vijf jaar geleden heeft René de laatste keer een gebitssanering gekregen, een holle kies getrokken, vullingen vervangen, gebit schoongemaakt. Hij kon er weer een tijd tegen. Maar dan moet er ook sprake zijn van een goede gebitshygiëne en dat is een belangrijk knelpunt.

Al vanaf december rook ik een sterk riekende zeer onaangename reuk uit zijn mond. Niet alleen in de ochtend maar ook door de dag, zelfs na het tandenpoetsen bleef die reuk in de lucht hangen. Ik kan deze stank het best omschrijven als een mengsel van mestlucht aangevuld met mottenballenextract. Ik had al eens bij de begeleiding geïnformeerd of zij iets hadden geroken. Hierop kreeg ik een ontkennend antwoord. Pas half december las ik in de rapportage een opmerking van een tijdelijke medewerkster dat René een sterke mondreuk had! Netjes gezegd. Hierop verder geen reactie.

In de periode van de maagzweer stonk René ook behoorlijk uit zijn mond, ik zeg het maar zoals het is. Ik kreeg wel mondelinge berichten en las ook in de rapportage dat René langzaam was met eten, vaker als laatste van tafel ging, veel schreeuwde: “Hij is verbaal duidelijk aanwezig!” Thuis was hij naar ons toe vaak weer aan het grauwen en bleef hij soms de hele dag kribbig.

Mijn gedachten gingen in de richting van een mogelijke nieuwe maagzweer. Ik vroeg de begeleider om een onderzoek (van bloed en ontlasting) zodat we hopelijk een maagzweer konden uitsluiten.

Heel pijnlijk vond ik, na alles wat we met René hebben meegemaakt, dat de huisarts van de instelling verkondigde, dat als er geen klachten waren of andere duidelijke signalen(!) een onderzoek niet nodig was… Wel potverdorie, we hebben het hier over René!

Na enig aandringen en nadat we ontlasting hadden kunnen veiligstellen (want René is altijd vliegensvlug met op het knopje van de wc drukken), werd het onderzoek gedaan en de uitslag was negatief. Dat wil zeggen, het was positief dat er niets werd gevonden!

De mondreuk bleef. Op weg ergens naar toe springt René altijd snel voorin de auto en als hij dan (van opwinding) al een paar “schreeuwtjes” heeft gegeven, hangt in deze periode zijn penetrante adem in de ruimte en rook ik die lucht zodra ik zelf in de auto stapte. Ik verwonderde me er over dat niemand anders het rook of er iets over zei.

Pasgeleden kreeg ik na zijn zondagse badprogramma de kans om eens goed in zijn mond te kijken. Hoewel René zich goed laat verzorgen, is dat niet altijd eenvoudig. Ik schrok van het grote gat dat in een kies rechts boven zat. Daar had ik tóch de boosdoener te pakken.

Ik maakte de begeleiding er op attent. ’s Avonds na het tandenpoetsen kreeg ik een e-mail dat de begeleidster niets kon zien en ook na extra druk op de tanden geen reactie van René kreeg… dus was er nu wel of niet iets aan de hand?

Deze communicatie vond plaats op dinsdag. Op woensdag geen bericht en donderdag stelde ik de vraag wat er nu ging gebeuren.  De zaak lag stil want pas in het weekend was de medewerkster weer aanwezig en ik berekende dat dan pas in de week erna actie zou plaats vinden.

Tot zolang wilde ik niet wachten, ik wist wat ik gezien had en ging zelf actie ondernemen: de dag erna, op vrijdagmorgen, kon ik bij de tandarts terecht.

Het gat dat ik gezien had bleek, toen ik er bij de tandarts met mijn neus boven hing, nog groter! De kies was niet meer te redden en moest eruit. René had weer een volledige gebitssanering nodig. Bij het verlaten van de tandartspraktijk heb ik enkele krachttermen gebruikt!

“Ja”, zei Wim, “Ik dacht wel dat je dat zou zeggen”. Ook omdat ik bij de tandarts had vernomen dat het al een jaar geleden was dat René voor een controle door hem gezien was.

De tandarts stak de hand ook in eigen boezem. Omdat hij zijn beroep enkele maanden niet heeft kunnen uitoefenen, is de zo nodige halfjaarlijkse controle bij hem ook in het vergeethoekje geraakt en niet alleen van René.

Voor een tandheelkundige behandeling onder narcose is een lange wachtlijst en de tandarts was pas weer voor halve dagen aan het werk. Door zijn inlevingsgevoel en mogelijk een klein beetje schuldgevoel, had René de mazzel, dat hij direct de week erna op het lijstje kwam te staan en niet onderaan de wachtlijst . Voor de screening voorafgaand aan een behandeling onder narcose maakte ik ook een afspraak.

De conclusie die ik nu trek is dat René ongeveer vanaf half december of misschien al eerder, met flinke kiespijn heeft gelopen. Op advies van de tandarts moest hij maar tot aan de behandeling drie keer per dag een paracetamol nemen om de pijn te dempen: “…Want hij zal er wel pijn aan hebben”.

De behandeling heeft inmiddels plaats gevonden. Ik mocht er bij blijven totdat René in slaap werd gebracht. Even had ik het moeilijk om te zien hoe René met zijn 90 kilo, als een gevelde os, plat werd gelegd. Met dit beeld voor ogen mocht ik vertrekken en op de gang wachten, samen met Wim.

Na een minuut of tien werd ik toch nog even de behandelkamer ingeroepen. De tandarts wilde mede delen en me er op voorbereiden dat er aan de linkerkant boven de achterste kies ook uit moest, niet meer te redden. Ja, nu hij dan toch eenmaal buiten westen was…

Enige dagen van te voren hadden we René zien lopen met zijn hand aan de linkerwang. Wij vroegen ons af waarom René de hand aan de linkerkant had terwijl de afgeschreven kies toch aan de rechterkant zat. Hij gaf zo een duidelijk signaal en wij hebben het niet begrepen. Het was opeens duidelijk waarom hij die hand tegen de “verkeerde” kant gehouden had.

We hebben René een beetje zwabberend op de benen weer mee naar huis genomen om rustig bij te komen.

Hij was toch enige tijd niet "zijn vrolijke zelf"!

Hij was toch enige tijd niet “zijn vrolijke zelf”!