DE GOUDEN BERGEN…

tekst foto

Woensdag 21 januari 2015:

Het was stervenskoud die dag. Ik had de sportsteppen op dinsdagmiddag naar het TH gebracht en vanaf hier zouden we met René gaan steppen. De zorgonderneemster had vaker in voorgaande gesprekken aangegeven, dat ze zelf ook sportief was en dit graag met René wilde oppakken. In de toekomst zou haar oudste zoon hier mogelijk een bijdrage kunnen leveren door het steppen met René te doen.

René had er niet zoveel zin in. Hij was tot nu toe altijd vanuit ons eigen huis op de step gegaan. Ook al kreeg hij een pictogram, het was hem niet duidelijk genoeg. Met veel protest (geluid) liet hij blijken dat hij zijn leuke woordzoekers liever zou doen. Hij kleedde zich toch om en ging mee, maar bleef de gehele weg kabaal maken. Ik had het al vaker meegemaakt. We reden over landweggetjes en fietspaden, hij kon gerust zijn longen warm schreeuwen, zonder dat iemand er last van had.

Ik was er dan ook helemaal niet op voorbereid dat de zorgonderneemster zich er zodanig aan stoorde dat zij me na thuiskomst, René was weer rustig aan het werk gegaan, apart nam in de gang en mede deelde dat zij dit zó niet wilde. Zij wilde beslist niet dat René iets tegen zijn zin deed, zij wilde dat René van haar zou houden(!) Zij wilde niet dat René iets moest doen wat hem tegen haar in nam. Dit was voor haar duidelijk een stap te ver.

Ik had er begrip voor dat dit zo op haar overkwam, maar je kunt René niets tegen zijn zin laten doen. Hij kan op zijn eigen manier duidelijk maken dat hij liever iets anders zou doen, maar hij gaat altijd mee. Wij zijn dit al zo gewend dat wij dit niet als bijzonder ervaren. Als we op zondagmiddag het pictogram van ‘fietsen’ geven, zal hij als eerste buiten staan nog voordat je de kans hebt gehad een fiets buiten te zetten. Wandelen, fietsen, naar het bos, naar de glasbak en ook steppen, dat gaat mét geluid of zónder geluid. Het ligt aan zijn stemming op dat moment. Andere ‘pratende’ mensen mogen en kunnen ook zeggen wat ze van iets vinden, René doet dat op zijn eigen manier. Je moet René heel goed kennen om te weten hoe hij reageert en dat was na een paar dagen in het TH nog niet het geval. Dit probeerde ik de zorgonderneemster duidelijk te maken.

’s Avonds aten we met onze vrienden, die de hele voorbereiding, verhuizing en intrek in het TH hadden meegemaakt. Ik besprak het gevoel van onrust dat bij me op was gekomen tijdens het gesprek met de zorgonderneemster en dacht aan het gezicht dat ze daarbij getrokken had.  Na bijna een week van betrekkelijke stilte, hij moest eerste de kat uit de boom kijken, had René zich nu van zijn slechtste (lees luidruchtigste) kant laten zien.

Donderdag 22 januari 2015:

We hadden afgesproken het zwemmen in het zwembad van Pergamijn op donderdagavond over te slaan om René niet in verwarring te brengen.

We zagen hem die dag niet. Mijn ongerustheid over het voorval bracht me ertoe om ’s avonds naar het TH te bellen. Ik sprak ruim 40 minuten telefonisch met de zorgonderneemster. Door de inhoud van dit gesprek vervloog alle hoop die ik heb gehad over deze ‘fijne’ plek voor René.

Dit kreeg ik te horen:

‘We kunnen dit (geschreeuw) niet TOLEREREN in ons Thomashuis.’

‘Andere bewoners hebben er last van. Ze zitten met de handen over de oren!’

‘Wat als andere ouders dadelijk beginnen te klagen?’

De laatste uitspraak maakte mij sprakeloos:

‘We hebben jullie toch geen gouden bergen beloofd!’

Ik stond helemaal perplex, ze gaven het al binnen een week op. Die nacht deed ik geen oog dicht. 

Wordt vervolgd.