DE BEDRIEGLIJKE FAÇADE…

Sinds de beslissing was gevallen om René weer terug te verhuizen naar Pergamijn hervonden we onze rust omdat we nu wisten welke kant we opgingen. Het tijdstip waarop was echter niet afdwingbaar. Hoewel het echtpaar had verkondigd zo lang als het duurde goed voor René te willen zorgen, gaven ze ons nu, gezien de inhoud van hun e-mails, het gevoel dat ze René de deur uitkeken.

René ging op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag van ’s morgens half 10 tot ’s middags half 5 naar de dagbesteding van Pergamijn in ’t Thaalpad. Op woensdag bleef hij in het Thomashuis op verzoek van zijn begeleiders ‘om hem beter te leren kennen en ook om individueel aandacht aan hem te kunnen schenken’.

Op de dinsdagavond, woensdagmiddag en donderdagavond deden wij een sportieve activiteit met hem en op zaterdag na het avondeten haalden we hem op. Hij sliep een nacht thuis en op zondagavond brachten we hem terug.

Uitlatingen als: ‘René vraagt, door de manier waarop met hem gecommuniceerd moet worden (door middel van het pictogram-systeem) (te) veel individuele aandacht” en ‘hij moet één op één begeleid worden en daar hebben wij niet de tijd voor”, verrieden dat ze hem afgeschreven hadden. Alleen maar geklaag, waarbij voor het gemak vergeten werd dat René niet uit naastenliefde in het Thomashuis Sint Joost was opgenomen, maar dat daar een riante maandelijks vergoeding tegenover stond. We vonden hun houding onuitstaanbaar en totaal niet professioneel.

Via het PGB werd een 24-uurs begeleiding en verzorging 7 dagen per week bekostigd. Hiervoor stuurde het Thomashuis elke maand een rekening van € 2892,50. Een rekening voor kost- en inwoning van € 775,- completeerde de vergoeding.

Dat was toch echt geen schijntje! Mocht er dan verwacht worden dat er ten behoeve van René enige inspanning geleverd werd?

De hele situatie belandde op een dieptepunt toen we René op zaterdag 25 april ophaalden voor het weekend. We werden apart genomen op René’s slaapkamer en gevraagd of we René voortaan niet al op vrijdagavond wilden ophalen.

Om hen tegemoet te komen. Want René was (heel typisch) vaak op vrijdagnacht aan het ‘spektakelen’. En dan konden mede-bewoners op zaterdagmorgen niet uitslapen! Ze hadden het er maar moeilijk mee. We lieten de bagger weer over ons heen komen en reageerden niet meteen maar zegden toe er over na te zullen denken.  

We hadden al eerder de indruk gekregen en in dit gesprek werd bevestigd door de zorgondernemer dat René vaker werd afgezonderd van het gezelschap en met zijn bord eten op zijn slaapkamer werd gezet. Hierop antwoordden we wél, namelijk dat we dat géén goede zaak vonden. Dat wil je niet voor je kind.

Bij het invullen van de agenda op die zondagavond wees René als eerste op de volgende zaterdag 2 mei, alsof hij wilde zeggen: ik ga toch wel weer naar huis volgende week…?

We kunnen alleen maar vermoeden dat op de een of andere manier tot hem doordrong wat er aan de hand was. We leverden René zónder geluid af op zondagavond maar waren door aanwezigheid van andere mensen niet in de gelegenheid op de vraag terug te komen.

Echter op maandag volgde een ontluisterend telefoongesprek.

Een financiële tegemoetkoming voor de zondag die René thuis doorbracht was tijdens de intakegesprekken besproken maar afgewimpeld want  ‘zij waren een 24/7- zorginstelling’. Wij maakten daar verder geen punt van omdat we René graag thuis hadden. Toen van hun kant het verzoek kwam om René twee dagen thuis te hebben vonden we dat daar wat tegenover moest staan, want met een gedeelte van het PGB dat we terug wilden vorderen, konden we dan iemand anders (bijvoorbeeld om 2 uurtjes met René te fietsen op de zaterdagmorgen) bekostigen.

Daar viel totaal niet over te discussiëren. De zorgondernemer wilde dat we hen in deze moeilijke situatie tegemoet kwamen ‘want zij moesten alle zeilen bijzetten! Als we een stukje PGB terug wilden hebben dan moesten we hem maar lékker in het Thomashuis laten, dan zochten ze zélf wel een oplossing‘.

Van die uitspraak gingen mijn haren overeind staan. Wat een bullebak.

Het was duidelijk dat achter de bedrieglijke façade van mooie praatjes ook nog eens het hart klopte van een echte geldwolf.

008 (9)

Zo zien we René het liefst: met een grote glimlach

Wordt vervolgd.